De erfenis van Johannes van den Bosch

De Chinese Muur, het historische centrum van Wenen, Bethlehem en de Inca-tempels Machu Picchu In Peru: vreemde ingrediënten voor een Drentse column. En toch zal in 2018 Drenthe in dit rijtje staan. We hebben het over de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Op deze lijst staan ruim 1.000 bijzondere cultuur en/of natuurlocaties welke van importante betekenis zijn. Het zijn locaties welke niet verloren mogen gaan. Ze hebben hun geschiedenis en vertellen elk hun eigen verhaal. De lijst is de laatste decennia opgebouwd na zorgvuldige selectie.

Nederland komt tienmaal voor op de lijst. Bekende voorbeelden zijn de grachtengordel van Amsterdam en de Waddenzee. En de kans is heel groot dat in 2018 de Koloniën van Weldadigheid in Fredriksoord en in Veenhuizen op deze wereldberoemde lijst zullen komen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Waarom zijn de Koloniën van zo’n grote betekenis dat ze op de lijst komen? Regelmatig zal ik in columns van het Drenthe Magazine ingaan op deze vragen maar ook de voortgang van het selectieproces.

Voordat we teruggaan in de tijd, eerst de actualiteit. Op 22 mei jl heeft het Kabinet besloten om de Koloniën van Weldadigheid bovenaan op de nominatielijst 2018 van UNESCO te plaatsen. Dit is de uitkomst van een jarenlange voorbereiding, onderzoek en het maken  van rapporten. De volgende stap is nu dat er een rapport geschreven moet worden voor UNESCO. Dit moet in 2017 gereed zijn. Vervolgens wordt op het wereldcongres van UNESCO in 2018 een besluit genomen. Betrokken partijen zoals de Provincie Drenthe, de rijksoverheid, gemeenten, de Maatschappij van Weldadigheid in Fredriksoord en het Gevangenismuseum  in Veenhuizen werken de komende tijd aan dat rapport. Het doel is duidelijk: de wereldefgoedstatus moet er komen.

De Koloniën zijn een vijftal locaties in Nederland en België. Voor Drenthe zijn dat Frederiksoord en Veenhuizen. Voor de oorsprong van de Koloniën moeten we 200 jaar terug in de tijd en komen we terecht bij Johannes van den Bosch. Het is zijn schuld, en daarmede zijn erfenis dat we in Drenthe nu een icoon van wereldformaat hebben.

200 honderd jaar geleden was er grote armoede in Nederland. Vooral in het steden in westen was het een drama. Johannes van den Bosch, weldoener en militair, trok zich deze ellende erg aan. Maar hij dacht ook in oplossingen. Zijn gedachte: armen moeten weer leren zelf de kost te verdienen, ze moeten zichzelf weer verheffen. Hij hielp daar een handje bij door in het onontgonnen zuidwest Drenthe kavels in te richten.  Grond, een huisje, een koe en een varken waren de middelen waarmede arme gezinnen weer structuur in hun bestaan kregen. En een toekomst.

Deze simpele oplossing heeft Van den Bosch gestructureerd in de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid in Fredriksoord. Het werd daarbij de eerste kolonie die hij oprichtte. Later kwamen er meer bij. De Koloniën kregen letterlijk ook vorm in woningen, kerkjes, schooltjes en gevangenissen. De laatsten stonden in de zogenaamde onvrije koloniën zoals in Veenhuizen. Daar werden afvalligen, oftewel de boeven van die tijd, onder een ander regiem op het rechte pad gezet.

Wat er nu nog over is van al die gebouwen ( er is ook veel verloren gegaan) en het gedachtegoed van Johannes van den Bosch is hetgeen wat op de UNESCO-lijst zal moeten komen. Het is de erfenis van onze Johannes waar wij nu over waken. Daar mogen we als Drenten dan ook heel trots op zijn. Immers, je kunt ook zeggen dat in onze  provincie de basis is gelegd voor Nederland als verzorgingsstaat. Of ga ik nu te ver?

Gepubliceerd op www.drenthemagazine.nl, 15 aug 2015

Lieve Grieken

Je kun er niet om heen: Grieken zijn gewoon lieve mensen. Altijd aardig, gezellig en een prettige levenshouding. Komt het vandaag niet, dan zien we het morgen wel weer. De glimlach is er altijd; ook als je het hebt over de nationale sport om zo weinig mogelijk belasting te betalen.

En dat is het beeld wanneer je, zoals ik, al zo vaak in Griekenlang op vakantie bent geweest. Grieken hebben mij aller sympathie. En dan doet het pijn als je het land en haar mensen zo de afgrond in ziet glijden. Hoe aardig ik ze ook vind, de huidige ellende hebben ze echt over zich zelf afgeroepen.

Het land heeft van oudsher geen sterke economie. Geen grondstoffen en geen sterke industriesector. Toerisme, landbouw en scheepvaart zijn de sectoren waar het van moest komen en dat was onvoldoende.  Maar goed, dat weet je en daar moest en moet je het mee doen. Alle voorgaande regeringen hebben het daar laten liggen en hebben zich gestort in de verlieslatende publieke sector. Over georganiseerd, zwaar gebureaucratiseerd etc etc. Een verstikkende organisatie waar geen enkele ambitie in zat. Triest gevolg is dat de laatste Griekse generaties er mee groot geworden zijn en dus niet beter weten.

Nu is er een mooie theorie dat uit chaos vaak weer iets moois kan groeien. Anders gezegd: na een dal komt er ook weer een top. En ik gun de Grieken dat zo. Maar ze moeten het nu wel zelf doen. Pak die kans zou ik zeggen.

Kernwoord om de top te bereiken is ambitie. Ik heb de Grieken, en zeker ook de Griekse overheid er de afgelopen jaren niet op kunnen betrappen dat ze met ambities bezig waren. De afleidingsmanoeuvres waren de enorme schulden, de politieke partijen, Europa, Dijsselbloem etc. etc.

Dus laten we het niet hebben pensioenleeftijden, belastingen en schulden maar gewoon over wat je nu echt zou willen bereiken.

Het begint met het land zelf. Wat wil het zijn? Wat wil het worden? Het beste toeristenland aan de Middellandse Zee? Het sterkste handelsland tussen Europa en Azië? De meest innovatieve scheepvaartsector van Europa?

Als ik in de schoenen van de regering zou staan dan zou ik gaan voor het toerisme. Volgens mij hebben ze goud in handen maar gaan ze er slecht mee om. Zie hoe slim Turkije het doet. In de tweede plaats zou de focus op de scheepvaart moeten liggen. Dat vergt nogal wat inspanning want de reders zijn een machtsfactor van belang. Ze hebben bakken met geld maar laten dat niet ten goede komen van hun vaderland. Mooie ambitie van een regering om deze sector echt te hervormen.

Door duidelijk het punt aan de horizon te markeren en de weg er naar toe te plaveien moet het toch lukken dat de ondernemende Grieken daar graag op aanhaken met hun persoonlijke ambities. Hoe mooi zou het zijn wanneer de Griekse toeristenindustrie een enorme boost krijgt door innovaties, hogere klantvriendelijkheid en scherpe prijzen. Voor de Griekse restauranthouder betekent dit dat zijn ambitie is  de beste te willen zijn in het dorp of op het gehele eiland.

De bestaande scheepvaartindustrie zou de motor voor de verdere industriële ontwikkeling van Griekenland kunnen betekenen. Goed voor de werkgelegenheid op het vaste land.  Maar ook hier moet de gewone Griek zijn ambities tonen: zelf investeren in scholing, hard werken tot aan je 67e jaar, langere werkweken maken net als in de Nederland.

Om de ambities te realiseren zou ik best een handje willen helpen. Elke Nederlander heeft veel euro’s  geleend aan Griekenland. Wanneer de Grieken en Griekenland gaan voor serieuze ambities en onderweg aantonen dat ze die gaan realiseren dan is daar de grote worst: kwijtschelden van die enorme schulden. Want hoe hoog je ambities ook zijn; het gaat nooit lukken om die enorme schulden af te lossen.

Op dat kwijtschelden zit een raar taboe. In Nederland roepen politici en betweterige organisaties dat banken veel makkelijker moeten doen met het kwijtschelden van restschulden. Zowel bij bedrijven als bij particulieren wier woning onder water stond.  Maar hebben we het over Griekenland dan willen we met donder en geweld ons geld wel terug.

Lieve Grieken: het wordt tijd dat jullie je boosheid niet richten op Europa of de Europeanen die met hun belastinggelden jullie helpen. Wordt boos op je eigen regering die er een zootje van heeft gemaakt. Maar wordt ook eens boos op jezelf. Leg jezelf een forsere ambitie op en help zo jezelf en je prachtige land er weer bovenop.

En ik strijk weer met mijn hand over mijn hart: volgend jaar kom ik gewoon weer naar jullie toe en omarm ik jullie heerlijke bestaan.

Stelling van Pythagoras

In de derde helft ga je nog leukere dingen doen dan in de echte speeltijd van je carrière. Althans, dat geldt voor mij. Het is nu een jaar na het beëindigen van mijn 24/7-bestaan. Ik heb in mijn 60e levensjaar de stap naar een meer losser bestaan gemaakt; en het bevalt mij uitstekend.

Mijn voornemen was om als als parttime-freelancer verder te gaan. Wel slechts enkele dagen per week, maar toch. Geheel in de traditie,  zoals ik ook jaren klanten heb geadviseerd, ben ik al vroeg begonnen met een ondernemersplan. Om toch enige zekerheid voor mijzelf te creëren had ik het mooi uitgewerkt.

Op 1 juni 2014 heb ik mijzelf op straat gezet. Wat gaan we doen? Eerst maar eens met Marian naar Griekenland. Ook al waren we er 15 keer geweest en we onze bijdrage aan de Griekse economie ruimschoots geleverd hebben, reisden we toch weer af. Als ze ergens weten wat een los bestaan is, dan moet je in Griekenland zijn. Dat is dan ook hun probleem omdat ze het zich gewoon niet kunnen permitteren.

Om alle kilo’s van zakelijke etentjes, fast food etc er af te krijgen was na thuiskomst de sportschool de volgende halte. Samen met een tijdelijk personal trainer is het me toch gelukt 10 kilo overboord te gooien en mij nog steeds op een wekelijkse sportieve uitspatting te trakteren. En ik moet toegeven; dat voelt lekker. Blijft boeiend waarom mij dat niet gelukt is terwijl ik met mijn carrière bezig was.

Nadat ik mijn serieuze parttime activiteiten (commissariaten, bestuursfuncties etc.) had veiliggesteld moest er naast het sporten toch wat meer gebeuren. Ik had al wel meegekregen dat meerdere soortgenoten de weg naar de universiteit hadden gevonden. Een altijd gekoesterde wens om nog een studie kunstgeschiedenis lag dan in het verschiet. Maar niet voor mij; echt weer aan de studie was niet mijn ding. Maar om nieuwe kennis te vergaren, sprak mij wel aan.

En zo kom je toch terecht bij de Seniorenacademie! Ik moest even slikken, maar heb de stap gezet. Een wereld gaat er voor je open wat er allemaal mogelijk is voor de ouderen onder ons.

Daar stond de cursus: Wiskunde, toen en nu. In zes hoorcolleges zou de wiskunde opgefrist en vernieuwd worden. Vooral het feit dat je alleen maar hoefde te luisteren gaf de doorslag.

Bij het eerste college heb ik wel even zitten grinniken. Zit ik daar als oud –MULO-B-er tussen generatiegenoten die opgegroeid zijn met de stelling van Pythagoras, sinus en cosinus, logaritmes etc. Een feest der herkenning.

Wiskunde was lang geleden mijn favoriete vak.  Inhoudelijk heb ik er later niets meegedaan. Maar ik ben er van overtuigd dat het mij wel geholpen heeft. Logisch en zuiver redeneren is wel iets waar ik altijd mee bezig was. Bedenk mij nu ook dat het mij zeker geholpen heeft bij de diverse testen en assessments die ik moest doen bij sollicitaties in de laatste 30 jaar.

De colleges zijn inmiddels weer voorbij. Nu zit ik weer te bladeren in wiskundeboeken.  Leest als een soort jongensboeken. Maar studieboeken zullen het nooit meer worden. Die tijd ligt achter mij.

Overigens ben ik ooit op het Griekse eiland Samos geweest. Daar staat een prachtig beeld van de rechthoekige driehoek waarmede de stelling van Pythagoras wordt geëerd. En zo komen Griekse vakanties en belangstelling voor wiskunde weer bij elkaar. Toeval? Een leuk wiskundig vraagstuk waar ik mij niet in ga verdiepen. Er zijn immers nog veel meer leuke zaken die in de derde helft op je pad komen. Welke? Geen idee. Maar dat alleen al zorgt voor een ontspannen way of live

Beste buurman

Ondernemer: “Zeg beste buurman, ik heb een mooi plan. Is dat niet iets voor jou om te financieren? Dat spaargeld waar je maar op blijft zitten levert toch niks op”.

Buurman: “Klopt, heb ik mijn hele leven lekker gespaard en dan krijg je uiteindelijk bijna geen rente. Ik was er vanuit gegaan dat die rente een leuke aanvulling op mijn AOW zou zijn. Nou, mooi niet. Het is natuurlijk wel prettig dat ik nu behoorlijke reserves heb, want die heb ik met die nieuwe regels in de zorgsector wel echt nodig. Maar ja, als ik nu het rendement zou kunnen verhogen dan zou dat wel mooi meegenomen zijn. Hoeveel rente zou je willen betalen?

Ondernemer: “Het rentepercentage kan lager zijn aan wat ik aan de bank zou moeten betalen. Dus ik denk aan zo’n 7 %”.

Buurman: “7 %, dat is wel heel erg hoog. Dat zou een mooi rendement zijn. Maar ik begrijp het niet. De hypotheekrente is toch zo’n 4 of 5 procent?”

Ondernemer: “Ik heb al een hypotheeklening lopen op de gebouwen, daar betaal ik nu 4.7 % rente voor. Met de financiering die ik nu nodig heb creëer ik meer kredietruimte om snel handel te kunnen doen”.

Buurman: “Oh, dus als ik het goed begrijp kun je tegenover een lening geen onderpand verstrekken. En hoe zit het dan met aflossen? In hoeveel jaar krijg ik mijn geld dan weer terug?

Ondernemer: “Met dat aflossen zit het wel goed.

Buurman: “Mijn spaargeld is eigenlijk mijn oudedagsvoorziening en tevens mijn reserve om tegenvallers op te vangen. Ik moet dus wel zeker weten of en wanneer je gaat aflossen“.

Ondernemer: “Tot twee jaar geleden had ik zwarte cijfers. We zitten nu in die crisis. Als ik financiële ruimte krijg, dan komt het goed. Dan krijg jij je geld weer terug en bovendien stijgt jouw rendement fors..

Buurman: “Ik wil jou best helpen, maar dit risico kan ik niet dragen. Ik pas. Dan maar genoegen nemen met een lage spaarrente. Bovendien krijg ik van de bank wel 100% de garantie dat zij mij altijd mijn spaargeld kunnen uitkeren. Het is ook beter voor ons om goede buren te blijven.

Onze ondernemer moet dus toch weer naar zijn bank. Een bank als ware hij de sparende buurman. En dat is op zich logisch. De bank is immers de hoeder van de spaargelden die aan haar zijn toevertrouwd door al die buurmannen en buurvrouwen. De banken garanderen de spaarder echter wel dat deze zijn geld terugkrijgt. Vind je het gek dat de bank dan ook voorzichtig is met financieren?

Politici van alle partijen staan met het vingertje omhoog naar de banken omdat ze zo terughoudend zouden zijn met financieren. Hetzelfde vingertje gebruiken ze ook om er op te wijzen dat de spaarders er geen dupe van mogen worden. Lekker makkelijk!

De banken zitten niet zo strak in het vel als de super-risico-mijdende buurman. De bank heeft ruime kennis en ervaring om het verhaal van de ondernemer te toetsen. Er wordt wel degelijk gefinancierd. Dat er evenals bij de particuliere hypotheken strenger gekeken wordt is helder. Er zijn nu eenmaal strengere regels afgekondigd uit zowel Brussel als Den Haag. En dat iedereen zelf zorgt voor wat meer vet op de ribben door af te lossen is op zich niks mis mee.

Wat mij betreft houden we op met elkaar aan te praten dat er geen financieringen meer mogelijk zijn.

Dus, als jij een ondernemer bent met een goed plan waaruit blijkt dat je de lening binnen een redelijk termijn weer terug kan  betalen ben je bij alle banken welkom. Je zult
dan je plannen kunnen  verwezenlijken. En als er formele redenen zijn dat jouw bank niet kan financieren dan zijn er altijd nog de andere banken, particuliere investeerders, crowd funding en regionale fondsen.  In het bijzonder wijs ik op het MKB-fonds Drenthe. Een prachtig initiatief van de Provincie Drenthe om aanvullende financieringen te verstrekken aan groeiende- en innovatieve bedrijven.

Overigens is er een trend merkbaar dat je als ondernemer eerst op zoek gaat naar niet-bancaire bronnen zoals een private investor of een fonds. Heb je hun akkoord op zak dan ga je daarmee naar de bank. Zij zullen met die toezeggingen van derden sneller over de brug komen.

Alle geldverstrekkers, inclusief de banken en de buurman, hebben echter één ding gemeen: ze willen altijd binnen een redelijke termijn hun geld terug van jou. Het hangt van jou af of je hen kunt overtuigen dat het spaargeld van je buurman niet in gevaar komt.

 

 

Krokodillentranen

Ruim 25 jaar geleden heb ik met een partner de leegstaande kerk en pastorie in Houwerzijl gekocht. Niet uit winstbejag maar om er een nieuwe bestemming aan te geven en het dorp een impuls te geven. We hebben jonge ondernemers uitgedaagd  om met een goed plan te komen. Vier enthousiaste studenten kwamen met museum De Theefabriek. Anno 2015 heeft de kerk deze nieuwe bestemming nog steeds en is haar leven op creatieve wijze verlengd.

Het is van alle tijden dat gebouwen hun functie verliezen. In Hoe God verdween uit Jorwerd beschrijft Geert Mak hoe de 5 cafés, de 3 bakkerijen etc de deuren sluiten. Uiteindelijk is er geen enkele voorziening meer in het dorp.

Deze ontwikkeling is logisch, maar zeker niet dramatisch. In Jorwerd was je aangewezen op de lokale voorzieningen omdat er geen vervoer was naar de dorpen en steden verderop. De auto en de brommer zorgden er later voor dat de “loyale” dorpsbewoners hun aankopen elders gingen doen. Daar was meer keus en wellicht was het brood goedkoper. Ook toen zal men het wel zielig hebben gevonden voor de cafébaas en de slager. Maar ja, het gaat over je eigen portemonnee.

Feitelijk is de laatste tientallen jaren de trend van Jorwerd doorgezet. Afstand en tijd spelen geen rol. Er zijn geen grenzen meer. Met auto, vliegtuig en internet kunnen we alles op elk moment overal kopen. En wil je je geloof niet in de lokale kerk belijden, dan rij je door het hele land om jouw religieuze plek naar keuze te bezoeken.

Gevolg van deze trend is dat, net als vroeger, gebouwen leeg komen te staan. Winkels, gemeentehuizen, kerken, politiebureaus, postkantoren en banken. Veelal grote gebouwen die hun oude functie verloren hebben omdat de oorspronkelijke bezoekers andere keuzes hebben gemaakt. Ook voor de lokale garage met de heilige koeien is geen waardering meer. In de komende jaren zullen honderden autoshowrooms hun deuren sluiten.  Sluitingen die door klanten en kerkgangers afgedwongen worden.

Vreemd is echter dat diezelfde voormalige bezoekers krokodillentranen huilen wanneer er weer eens zo’n gebouw gaat sluiten. En de lokale pers schrijft het braaf op. Vervolgens huilen de regionale- en lokale politici mee met de wolven in het bos. Met opgeheven  vinger wordt de boosdoener de maat genomen. Dezelfde vinger die moeiteloos over het toetsenbord gaat om weer een online-bestelling te doen.

De geschetste, onomkeerbare ontwikkeling heeft behoorlijke impact voor de inrichting van de binnensteden. Het kan niet anders dat het winkelbestand fors zal krimpen. Minder winkels betekent ook veel minder gezelligheid. Grote gevolgen dus.

Je kunt je er nog lang over opwinden, het heeft geen zin. Omarm de vooruitgang en geniet ervan. En zet vervolgens een andere stap door mee te denken over wat we met die leegstaande panden moet gebeuren. Omzetting naar woningen en appartementen ligt het meest voordehand. Juist het wonen in het midden van de stad blijft aantrekkelijk, zeker voor jongeren. De trend van tijdelijke winkels zal zeker doorzetten en kan best een mooie oplossing zijn. Een organisch veranderend winkelbestand heeft ook zijn bekoringen

Onvermijdelijk is ook dat er gesloopt moet worden. Dat zal drastisch gaan plaatsvinden. Voor de korte termijn een pijnlijke oplossing. Meerdere partijen zullen hun verlies gaan nemen. Uiteindelijk zal het het beste zijn voor iedereen. Wellicht komen er dan mooie groene plekjes bij. Hoe mooi kun je dan een nieuw elan aan de stad toevoegen.

Het zal de Drentse steden niet zo vergaan als Jorwerd, Wel zullen de binnensteden kleiner worden en is er  een doorlopende veranderen in het winkelbestand. En er ontstaan nieuwe activiteiten op nieuwe plekken waar het de mensen zijn die het gezellig maken en niet de gebouwen.

Hoe integer ben jezelf?

Het is altijd weer smullen wanneer de media bol staan van onethisch gedrag van directeuren, politici, bestuurders, toezichthouders etc etc. Vanuit onze luie stoel zien we de boeven voorbij komen en kunnen we lekker verontwaardigd zitten doen.

Je verbaast je over de Haagse politicus die ogenschijnlijk  veel te royaal heeft gedeclareerd of businessclass heeft gevlogen in plaats van de standaard economyclass. En dat van jouw geld. Boos word je op de bestuurder van de woningbouwcoöperatie die boven de Balkenende-norm werd betaald; en jij maar huurverhoging betalen. En dat de medisch specialisten grof verdienen aan jou zieke lichaam is bijna een reden om uit die luie stoel te komen en actie te gaan voeren.

Ethiek is een fascinerend onderwerp. Nadat je de fraaie theorieboeken hebt bestudeerd ontstaat er een soort optimaal geluksgevoel. Hoe prachtig kun je met elkaar omgaan met respect voor alles wat je maar om je heen ziet: je naasten, je collega’s, je klanten, de natuur etc. etc. Geweldig om normen en waarden tot een hoger goed te verheffen opdat we in een ideale wereld kunnen functioneren.

Lastiger wordt het wanneer theorie in praktijk wordt omgezet. Ik heb jaren in Commissie Ethiek van de Rabobank Groep mogen zitten. Discussies aan de hand van wereldwijde praktische vraagstukken. Allemaal op het snijvlak van: hoe moeten we er als bank maatschappelijk verantwoord mee omgaan? Macro-onderwerpen zoals wel of niet financieren in de wapenindustrie tot micro-onderwerpen op klantniveau. Kun je de woning verkopen wanneer een zieke klant werkloos is geraakt en zijn rente en aflossing niet meer kan betalen? Of: wat moet een bankmedewerker doen wanneer hij kennis heeft van een zwartgeld transactie van een klant?

Al gauw merk je dat theorie en praktijk van het ethisch handelen nogal uit elkaar kunnen liggen. Het is niet allemaal zwart-wit. Integendeel, het is zelfs behoorlijk grijs. De kunst is om binnen dat grijze gebied toch naar de meest optimale positie te zoeken. En dat kan alleen maar door het er met elkaar over te hebben.

We zijn hiermede beland bij het ethisch handelen van het bedrijf, de organisatie. De verleiding zou vervolgens kunnen zijn om een uitspraak te doen over de integriteit van het bedrijf. Is de onderneming wel of niet integer. Of kan het bedrijf een beetje niet-integer zijn? Een beetje zwanger zijn kan ook niet.

Volgens mij kun je geen uitspraak doen of een onderneming wel of niet integer is. Danwel te stellen dat het bedrijf een beetje niet-integer is omdat het een iets te royaal kerstpakket aan zijn klanten heeft verstrekt. Maar het zegt wel iets over degenen die er werken. En dat zijn gewoon mensen; die kunnen wel of niet integer zijn. En zij zijn het die de grenzen opzoeken c.q. oprekken.

Of jij als medewerker, directeur, politicus, bestuurder of toezichthouder wel-, niet of een beetje niet-integer functioneert in jouw organisatie wordt voor een belangrijk deel bepaald hoe jijzelf in de wedstrijd staat. Het gaat dus over jouw eigen normen en waarden.

Natuurlijk is het een bekend feit dat ethisch handelen tijd, plaats en context gebonden is. Twintig jaar geleden strooiden leveranciers met de meterslange zalmfilets bij hun grote afnemers; dat gebeurt niet meer. In andere landen is omkoping nog steeds normaal. En wanneer jouw omgeving het allemaal wat losjes opneemt ( de context) dan is er een grote kans dat je meegaat in de verleidingen.

Maar tijd, plaats en context zijn allemaal zaken die buiten jouwzelf staan. Het gaat er echt om wat jij zelf nu echt vindt en of je daar naar handelt.

Vanuit de luie stoel zie je weer een politicus die het niet nauw heeft genomen met zijn belastingaangifte. Je vergeet op dat moment dat je een klus aan je huis hebt laten doen zonder factuur. Je weet dus dat jouw klusser het niet zal opgeven aan de fiscus. Jij bent dus medeplichtig aan een zwart geld circuit. “Ja, maar, het scheelde mij wel 500 euro”. Helemaal waar, maar zeur dan niet over de politicus. Jullie zijn beide (een beetje) niet-integer.

Je wond je op toen je hoorde dat een directeur van een woningcorporatie in de vakantievilla van een aannemer had doorgebracht. Dat jij vorige maand nog een VIP-kaart bij Ajax accepteerde van een goede zakelijke relatie is in essentie minstens zo erg. Selectieve verontwaardiging?

En wat vind je van deze: op 30 december haal je je spaargeld van de bank en stort het weer op 2 januari. Aldus naar waarheid ingevuld vul je op je belastingformulier in dat je op 31 december geen spaargeld op je rekening had staan. Maar integer is het niet. Het is eigen belang en je bedot je eigen overheid.

Ik weet ook wel dat een wereld waarin alles even zuiver is niet bestaat. Het maakt mij ook niet uit of het Ajax-kaartje accepteert of dat je rommelt met je spaargeld. De selectieve verontwaardiging stoort mij echter wel. Hoe integer je bent bepaal je vooral zelf. Wat hoort en wat niet hoort ook. Maar ik zou het wel plezierig vinden dat er dan consequent wordt geredeneerd en gehandeld.

Heb jezelf een schone lei, dan heb je meer recht van spreken dat jezelf ook integer bent. En daar heb ik respect voor.

Ben ik zelf integer? Ja, met mijn eigen normen en waarden kan ik mijzelf goed in de spiegel kijken. Ben ik het beste jongetje van de klas? Nee, ik ben ook maar een mens,

 

 

 

De duurzame onderneming

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) , duurzaamheid, participeren etc etc.; prachtige begrippen, maar wat moet je er mee als ondernemer? “Het kost alleen maar geld”, is dan het veel gehoorde antwoord.

Het Angelsaksische doel van een onderneming is om zo snel mogelijk zo veel mogelijk te verdienen. Ondernemer, directie en/of aandeelhouders zetten daar hun energie op, opdat het rendement voor henzelf hoog is. De lange termijn continuiteit heeft een lagere prioriteit.

Vanuit het Rijnlandse model is het meer de langere termijn welke telt. En daar zit dan ook de logische link met MVO. Om tot een onderneming te komen die duurzaam (lang) bestaat, is het noodzakelijk dat er rekening wordt gehouden met alle stakeholders.

Klanten, medewerkers, financiers en leveranciers zijn de primaire stakeholders die allen tevreden moeten zijn over “hun” onderneming. Kern blijft daarbij toch dat het doel de duurzame onderneming is en dat de stakeholders de middelen zijn om dat doel te bereiken. Dat er spanning op die lijn zit ligt voordehand.

Zo kan er veel energie gestoken word in de klanten om hen super tevreden te krijgen. Een lage prijs voor een uitstekend product zal dan hoog scoren bij de klant. Het zal anderzijds de duurzaamheid van de onderneming verkorten omdat de eigenaars/financiers ontevreden zullen zijn over hetgeen onder de streep staat (of niet staat). Kan er dan wellicht een beroep gedaan worden op de wederkerigheid. Zou de klant meer willen betalen opdat de onderneming dan een langer leven beschoren is? De klant zal zijn/haar afweging vaak niet op die grond doen, maar er is ook nog zo iets als klantloyaliteit. En dat is dan ook het issue waar een onderneming op moet sturen. Een hoge klantloyaliteit levert een bijdrage aan de duurzaamheid van de onderneming.

Juist die loyaliteit vanuit de klanten staat al langere tijd onder druk. In deze tijden geldt steeds meer dat de prijs belangrijker is dan de loyaliteit. De merkentrouw is tanende. Reed je vroeger altijd in hetzelfde automerk, bleef je bij je eigen bank en deed je de boodschappen bij eenendezelfde supermarkt. Het shoppen langs alle aanbieders is dan ook een volkssport geworden. Loyaliteit en relaties zijn soms kortstondig en verdwijnen als sneeuw.

Gezien de trends rond de primaire stakeholders is het noodzakelijk de secundaire stakeholders ook bij de duurzaamheid van de onderneming te betrekken. De secundaire stakeholders zijn meer het collectief op wat grotere afstand van de directe bedrijfsvoering. Oftewel; de maatschappelijke omgeving.

De ondernemers zijn zich in de regel bewust dat zij niet op een eiland bezig zijn. Ze maken, met hun bedrijf, onderdeel uit van een groter geheel waarin je elkaar nodig hebt. Het is dan ook van betekenis actief verbinding te maken met die maatschappelijke omgeving. En dat noemen we dan maatschappelijk verantwoord ondernemer. De ondernemer gaat er dan terecht vanuit dat hij dat doet op basis van de veronderstelling dat MVO wederkerig is. En dat valt nogal eens tegen.

Laat ik een voorbeeld uit mijn eigen verleden met u delen. Als Rabobank stelden wij elk jaar tonnen ter beschikking voor allerlei fantastische maatschappelijke projecten in de regio. Het is aantoonbaar dat de Rabobank daardoor een goed imago heeft opgebouwd bij klanten, niet-klanten en de maatschappelijke omgeving. Links en rechts mochten we regelmatig complimenten ontvangen voor onze bijdragen en participatie.

Echter, op het moment dat een klant voor een individuele keuze stond met betrekking tot een nieuwe hypotheek of voor het vastzetten van zijn spaargeld was de eigen portemonnee meer leidend voor de eigen keuze. Dat de bank voor het eigen dorp een investering had gedaan in het verenigingsleven was mooi, maar toch ……………..

Hetzelfde geldt voor biologische producten. Plofkip of bestrijdingsmiddelen; iedereen is er tegen. Agrarische bedrijven die volledig op de duurzame en/of biologische tour zijn gegaan ervaren toch dat hun klandizie niet toeneemt. Ook hier kiest de consument vaak voor het eigen belang: niks geen wederkerigheid.

Een duurzame maatschappij kan alleen maar bestaan wanneer er een duurzaam bedrijfsleven is. MKB-ers en agrariers zijn bereid maatschappelijk te ondernemer. Maar wel op basis van wederkerigheid. Voor klanten en prospects betekent dat zij hun aankoopkeuzes mede laten bepalen door de mate van maatschappelijk ondernemen door hun leveranciers.

Desondanks is er geen andere weg. MVO is onvermijdelijk. Het is een kwestie van volhouden. Ik ben er van overtuigd dat dit de enige weg is om uiteindelijk een duurzame onderneming te kunnen zijn en blijven. Door klanten te betrekken bij de onderneming; door medewerkers ruimte te geven en te participeren in de omgeving zal het bedrijf uiteindelijk meer kans hebben oud te worden dan wanneer je voor het korte gewin gaat.

Om ondernemers te ondersteunen op het MVO-pad zijn er veel initiatieven. Zo ook in Assen. De stichting Assen voor Assen is succesvol bezig om bedrijfsleven en maatschappelijk omgeving te verbinden. Meer weten? Kijk dan op www.assenvoorassen.nl

De derde helft

Bij sportverenigingen is de derde helft bekend en berucht. Na twee serieuze wedstrijdhelften is er dan ruimte voor ontspanning en drank in de sportkantine. Voor menig supporter wellicht het belangrijkste onderdeel van het bezoek aan de eigen club.

Het NRC heeft al enige tijd ook een rubriek De Derde Helft. Mooie verhalen over mensen in een nieuwe fase van hun leven. Na een intensieve werkzame periode genieten van het pensioen of het roer nog eens stevig omgooien. Voor sommige is de derde helft ook heel kort. Een plotselinge ziekte verstierd het feestje volledig. De achterblijvende partner die juist naar deze (laatste) periode had uitgekeken blijft geheel gedesillusioneerd achter.

Ook ik zit nu in de derde helft. Bij mijn recente vertrek bij de Rabobank heb ik het zo uitgelegd: De eerste 30 jaar van mijn leven bestonden uit jeugd, ontwikkelen, studeren, vallen en opstaan, experimenteren etc etc. Dan volgen 30 jaar van hard werken, verhuizen, relaties opbouwen en zorgen voor een financieel fundament voor later. Maar ook ontwikkelen was een doorlopend gegeven. En nu ben ik overgestapt naar de volgende 30 jaar: de derde helft.

Heel bewust heb ik er voor gekozen om niet te wachten op een formele pensioendatum. Ik kreeg daar echt de kriebels van. Links en rechts hoorde ik; “en, wanneer ga je met pensioen?” of “kijk jij ook zo uit naar je pensioen?”. Men bedoelde dan vooral dat je werkperiode, de tweede helft, eigenlijk helemaal niet zo leuk is. Anderen zagen hun pensioen als: en dan doe ik helemaal niets meer. Zo’n passieve toekomst vind ik afschuwelijk en ik begrijp niet dat mensen zo iets willen.

Pensionering heeft dan bij mij een negatieve lading gekregen. Toen ik aangaf te stoppen bij de Rabobank, moest ik regelmatig uitleggen dat ik dus niet met pensioen ging. Ik moest mij verdedigen en raakte daardoor zelfs geïrriteerd. Ik wilde absoluut niet het stigma van gepensioneerde op mij hebben. Ik bleef er dan ook op hameren dat ik nu mijn 3e levensfase van 30 jaar inging. Een fase waarbij ook plaats is voor werk. Ik voegde daar aan toe: “het is tijd voor een losser bestaan”.

Inmiddels zit ik al weer een tijdje in de derde helft en het is geweldig. Ik heb overal tijd voor en zit niet meer in het strakke regime van afspraken, vergaderingen, lange werktijden etc. Ik maak wel keuzes; wat is wel leuk en wat is niet leuk. “Niet leuk?” Dan doe ik het niet.

Het bizarre is dat de dagen en weken zich gemakkelijk vullen. Ik doe nu regelmatig de boodschappen. Bij voorkeur doe ik dat op de fiets. Ik heb toch alle tijd. Tuin en klusjes aan huis? Elke dag is er wel wat te doen. Mooi weer? Dan gaan Marian lekker ergens fietsen. En natuurlijk ontbreken de meerdaagse uitstapjes niet.

Werk is er inmiddels ook. Ik noem het echter liever activiteiten. Werken suggereert dat het altijd om betaald werk gaat. Dat is bij mijn activiteiten niet altijd het geval. Ook bij het doen van externe activiteiten hou ik ook vast aan “is het leuk?”.

Echt leuk is mijn bestuursfunctie bij de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord. Naast het beheer over alle bezittingen is er het belangrijke doel om in 2018 op de UNESCO-werelderfgoedlijst te komen. Het gedachtegoed van de Johannes van de Bosch speelt daarbij een belangrijke rol.

Daarnaast coach ik enkele ondernemers bij de verdere ontwikkelingen van hun bedrijf.

Verder zal ik binnenkort nog een of twee commissariaten aanvaarden. Hier kan ik mijn lange ervaring in het bedrijfsleven inzetten. Het Toezichthouden als onderdeel van Bart-in-Business zal zich waarschijnlijk nog verder gaan uitbreiden in de komende jaren.

En dan hoor ik: “Ja, jij hebt makkelijk praten met deze keuze voor de 3e helft, jij kunt je dit financieel permitteren”. Hier wordt een verband gelegd met mijn lange werkzame bestaan in de bankenwereld. Om over mogelijke bonussen maar niet te spreken.

Mijn kijk daarop is: Ik heb in de 1e helft van mijn bestaan fors geïnvesteerd in mijn ontwikkeling. Door zelf schulden aan te gaan kon ik gaan studeren. In de 2e helft heb ik hard gewerkt om hoger op de carrièreladder te komen. Met bijhorende hogere beloning. Bonussen vanwege bepaalde prestaties heb ik nooit ontvangen. Wel variabele beloningen waarbij met name gekeken werd naar de ontwikkeling van mijn competenties. Een vertrekregeling heb ik niet.

Voor mijn persoonlijke financiële positie heb ik altijd voor ogen gehouden: ik ga de 3e helft in zonder schulden. Dit laatste is cruciaal voor iedereen die overgaat naar die 3e helft. Of je nu veel of weinig verdient, je levenswijze en uitgavengedrag is daar in de loop der tijd op aangepast. Maar schulden moet je niet meer hebben in de laatste helft.

Oftewel: iedereen heeft de keuze om over te gaan naar de 3e helft. Je bepaalt ook zelf het moment. De een doet dat wanneer hij 60 jaar is geworden, zoals ik, een ander verlengt de 2e helft tot aan zijn 70e .

Ik kan maar een advies geven: kies bewust voor een 3e helft, het is geweldig. Het is een beloning voor het warmlopen in de 1e helft en het scoren in de 2e helft.

150.000 euro per maand? Applaus!

Oh, oh, wat kunnen we toch lekker hypocriet zijn met elkaar. Selectieve verontwaardiging? Ja, dat zeker. Natuurlijk heb ik het over het boeiende media- en borrelonderwerp: de topsalarissen, de bonussen en de vertrekregelingen.

“ABN verhoogt de vaste salarissen van het topkader direct onder de Raad van Bestuur”. Kamerleden en ministers rolden over elkaar heen om er wat van te vinden. Dat de vaste salarissen bij de profvoetballers en andere profsporters nog meer zijn gestegen; daar hoor je niemand over. Hoe hypocriet kun je zijn?

Het NRC meldde dat het gemiddelde salaris in de bankensector het hoogste is in het bedrijfsleven. Landelijke politici, provinciale bestuurders, hoofdredacteuren etc spraken er schande over. Salarissen die voortgekomen zijn uit cao-onderhandelingen. Je zou verwachten dat de vakbonden in het geweer zouden komen. Even googelen en het antwoord is er: er ligt een looneis van 2 % in het verschiet. Ook daar nog geen besef dat er toch echt een nieuwe werkelijkheid is. Hoe hypocriet kun je zijn?

Als we al met elkaar vinden dat het verschil tussen de hoogst- en de laagst-verdienden te groot is, en dat vind ik, dan is het tijd voor een soberder insteek van de arbeidsvoorwaarden voor alle werkenden. Het is te makkelijk dat er alleen, op populistische gronden, gesleuteld moet worden aan een verlaging van de topsalarissen. Dat zet geen zoden aan de dijk.

Ook de afkoopsommen bij medewerkers van een grote wooncorporatie waren een steen des aanstoots. Schande dat deze medewerkers bij een reorganisatie zoveel geld meekregen omdat ze boventallig waren verklaard. Toch was het niets anders dan het je houden aan gemaakte afspraken tussen werknemers en werkgevers. En dat willen we toch zo graag. In het Sociaal Akkoord van 2013 is zelfs afgesproken om de nieuwe, lagere kantonrechtersformule pas medio 2016 in te voeren. FNV-Bondgenoten roept nu dat ze in de eerste helft van 2014 maar liefst voor 25 miljoen euro aan afkoopsommen voor haar leden, die ontslagen werden, heeft veiliggesteld. Alles op basis van de bestaande, hoge kantonrechtersformule. Ik gun die ex-medewerkers hun rechten. Het is niets anders dan afspraken nakomen. Maar kom mij er dan niet mee aan om incidentele zaken aan de schandpaal te nagelen omdat het het zo lekker in de media doet. Hoe hypocriet kun je zijn?

En dan heeft iemand eindelijk een prachtig topsalaris, een variabele toeslag etc, alles volgens het boekje, gaat hij/zij zich te buiten aan bizarre declaraties. Vermenging met privé-uitgaven of men laat zich fêteren op een manier die ik niet zou kunnen uitleggen. De zonnekoning is geboren. Hoe hypocriet kun je zijn?
Bij de mediale uitingen over te hoge salarissen in de zogenaamde publieke sector wordt ook het argument van “publiek geld, ons belasting geld etc” genoemd. Alsof in de private sector het geld van niemand is. Er is altijd iemand die betaalt. Een hoog salaris van een bestuurder wordt uiteindelijk betaald door de aandeelhouders dan wel de klanten van de onderneming. Deze stakeholders kunnen hun bezwaar verzilveren door de aandelen te verkopen of elders hun aankopen te doen. Maar dat zie je zelden gebeuren. Waarom niet? Het antwoord is simpel. Lekker roepen vanaf de zijkant is goedkoop. Zelf de consequenties van je eigen standpunten accepteren is duurder. Hoe hypocriet kun je zijn?

En dan komen we bij de voetbalmiljonairtjes. Elke zondag weer geadoreerd door Jan-Modaal-Op-De-Nullijn. Zijn/haar entreekaartje is feitelijk een bijdrage aan dat miljonairssalaris. Er wordt zelfs voor geapplaudisseerd.

Nog gekker wordt het wanneer een select clubje van die spelers een maand naar Brazilië mag om een stevige bonus van 150.000 euro in de zak te steken. Heel Nederland is in vervoering en gunt hun deze bonus. Hoe hypocriet kun je zijn?

De dooddoener van de week is: verbeter de wereld en begin bij jezelf. En toch is dat de beste weg. Dus als je de salarisverhogingen bij ABN onterecht zijn dan verkoop je je aandelen of zeg je je bankrekening op. Ben je het oneens met de hoge looneis van je bond dan ga je actief in discussie. Vind je de voetbalsalarissen onacceptabel dan ga je niet meer naar de wedstrijden. Uiteindelijk gaat het er om dat je zelf zuiver in de wedstrijd zit. Dat je (top-) salaris conform het boekje is, dat er geen perverse prikkels nodig zijn om te presteren en dat je het goede voorbeeld geeft.

Hoe integer kun je zijn?

Trotse bankier

De laatste jaren leek het wel of medewerkers van banken tot het criminele circuit behoorden. Het gemak waarmee banken, en daarmee haar gewone medewerkers in Nederland, werden afgeschilderd was tenenkrommend.

Natuurlijk, sinds een aantal jaren staat de gehele internationale financiële wereld in de verkeerde hoek. Veelal gedreven door het Angelsaksische model is het uit de hand gelopen. Tot aan 2008 aten velen mee uit de ruif: banken, consumenten, beleggers, overheden etc. Van de kleine belegger in Amerika tot de woningbezitter in Nederland. Het verhuizen in Nederland waarbij de huidige woning werd verkocht en vervolgens met de overwaarde op de volgende wagon werd gesprongen was een financiele sport geworden. Er waren jarenlang dan ook alleen maar winnaars. Ook de hebzuchtige spaarders bij Icesafe en DSB dachten dat ze daartoe behoorden.

En toen barstte wereldwijd de bom en stortte het kaartenhuis in elkaar. Na het overname-debacle van ABN, de ineenstorting van de DSB en het feit dat ook andere Nederlandse banken aan het overheidsinfuus moesten, behalve de Rabobank, waren de rapen gaar.

Ook al stond alles veraf van de gewone bankmedewerkers, zij kregen het toch op hun brood. Waren zij eerst nog trotse medewerkers, nu doken ze weg tijdens de verjaardagsfeestjes wanneer het gesprek weer eens ging over die boeven bij de banken.

Ik heb onlangs mijn dertig-jarige carrière bij de Rabobank afgesloten. Veelal was ik de directeur van een van de coöperatieve Rabobanken in Nederland. Tot voor kort gaf ik leiding aan Rabobank Assen en Noord-Drenthe met circa 250 medewerkers. Ook ik heb de laatste jaren de last van de externe druk en aandacht ervaren. En toch heb ik mijn bankcarrière als een trotse bankier beeindigd.

In alle oprechtheid ben ik er van overtuigd dat we samen met al die medewerkers onze uiterste best hebben gedaan om in de behoeften van de klanten te voorzien en het klantbelang centraal te stellen. Wanneer we daarin niet geslaagd zouden zijn, dan waren die klanten naar een andere bank gegaan. Er was en is keuze genoeg. De klanttevredenheidsonderzoeken toonden aan dat klanten goed uit de voeten konden met hun bank.

Dat de Rabobank geen aandeelhouders heeft maar leden is een groot goed. Het hoogste orgaan van de coöperatie is de Ledenraad. Een democratischer model van klantinspraak bij een bank kan ik mij niet voorstellen. Dat er bij de recent gehouden verkiezingen in Assen en Noord-Drenthe zoveel belangstelling was voor de lokale ledenraad onderstreept dat sterk.

Ook de participatie van al die Rabobanken in de lokale- en regionale omgeving is van betekenis. Natuurlijk donaties, sponsoring, projectbijdragen: het kost allemaal geld en gaat wellicht ten koste van de klanttarieven. Het zijn echter juist de leden die vinden dat dit beleid gecontinueerd moet worden.

Dat ik een trotse bankier was wordt uiteindelijk bepaald door mijn stelling dat ik overtuigd ben van het feit dat mijn medewerkers deugden en deugen. Ze zijn integer en hebben respect voor klant en omgeving. En niemand neemt dat van mij en hun af.